Vier vragen van Voetius bij belijdenis
N. (Nico) van Steensel | Geen reacties | 02-11-2026| 14:07
Vraag
De vier vragen van Voetius lijken mijns inziens meer op een belijdenis van lidmaatschap van een bepaald kerkverband, dan op een belijdenis van het geloof zoals verwoord in de 12 Artikelen. Hoe denkt u hierover?
Bovendien; in tegenstelling tot de doopvragen (waar het Oude en Nieuwe Testament de zaligmakende leer wordt genoemd), wordt bij de vragen van Voetius gesteld dat de leer van de kerk de zaligmakende leer is. De leer van de kerk is samengevat in de Drie Formulieren van Enigheid. Wij belijden volledig achter deze formulieren te staan, maar stellen tevens dat het hoe dan ook leerstukken van mensen zijn.
Bovenstaande kort samengevat: leer van de kerk = drie formulieren = leerstukken van mensen = zaligmakende leer? Komen wij door deze stelling niet ernstig in conflict met artikel 7, 2e alinea van de Nederlandse Geloofsbelijdenis?
Antwoord
Ik wil de vraagsteller hartelijk bedanken voor de gestelde vraag. U stelt enkele kritische vragen over de vier vragen van Voetius, die in verschillende kerken worden gesteld bij de openbare geloofsbelijdenis. Voor de duidelijkheid laat ik vragen hier volgen:
1. Verklaart en erkent gij de leer van onze kerk die gij geleerd, gehoord en beleden hebt, te houden voor de ware zaligmakende leer, overeenkomende met de heilige
Schrift?
2. Belooft gij door de genade van God in de belijdenis van deze zaligmakende leer standvastig te zullen blijven en daarin te zullen leven en sterven.
3. Belooft gij overeenkomstig deze leer uw leven altijd godvruchtig, eerbaar en onberispelijk te zullen inrichten en uw belijdenis met goede werken te zullen versieren?
4. Belooft ge u aan de vermaning, terechtwijzing en kerkelijke tucht te zullen onderwerpen, indien het gebeurde -wat God verhoede- dat ge u in leer en leven kwam te misgaan?
Ik zie twee punten waarover u vragen stelt: eerst of deze vragen niet meer lijken op een lidmaatschap van een kerk dan op een belijdenis van het geloof; en dan of het wel terecht is om de leer van de kerk de ware zaligmakende leer te noemen.
Wat het eerste betreft moet opgemerkt worden dat er een ontwikkeling te zien is geweest van de belijdenisvragen vanaf het begin van de reformatie tot een eeuw later. Vanaf het begin werd zowel wíe gelooft -het persoonlijke geloof- benadrukt in de belijdenisvragen als wát geloofd wordt. Dat is ook de bedoeling van de vragen van Voetius. Het is waar dat in de vragen van Voetius wát geloofd moet worden meer benadrukt wordt. Dit wordt veroorzaakt door de dwaalleer van de Remonstranten, die op de synode van Dordrecht veroordeeld werd. Hierdoor valt in Voetius’ vragen meer nadruk op het afwijzen van alle valse leer. In de vragen 2 en 3 blijkt echter voldoende dat het in deze vragen gaat om een belijdenis van het ware persoonlijke geloof.
Wat het tweede betreft; u stelt dat het onjuist is om de leer van de kerk de ware zaligmakende leer te noemen en dat de leer van de kerk in feite leerstukken van mensen zijn. Daarom is het verkeerd om de leer van de kerk te belijden.
Vraag 1 zegt echter dat de leer overeenstemt met de heilige Schrift. U denkt een tegenstelling te zien met de tweede vraag van het doopformulier, maar ik denk eerder dat er complete overeenstemming is tussen die tweede vraag en de vragen van Voetius. De tweede doopvraag is immers: Ten andere, of gij de leer, die in het oude en nieuwe testament en in de artikelen van het christelijk geloof begrepen is en in de Christelijke kerk alhier geleerd wordt, niet bekent de waarachtige en volkomen leer der zaligheid te wezen?
Uit deze vraag is duidelijk dat met de leer van de kerk niets anders bedoeld wordt dan de leer die in het Oude en Nieuwe Testament begrepen is. Vraagsteller kan de angst dat menselijke leer de plaats van de Schrift inneemt, dus gerust vergeten. Hoewel de drie formulieren van enigheid voor ons een betrouwbare samenvatting van de Schrift zijn, geloven we niet in de belijdenis, maar in de Schrift Zelf.
Hartelijke groet,
Nico van Steensel
Dit artikel is beantwoord door
N. (Nico) van Steensel
- Geboortedatum:19-12-1955
- Kerkelijke gezindte:Gereformeerde Gemeenten
- Woon/standplaats:Dordrecht
- Status:Actief
Bijzonderheden:
Voormalig zendeling en godsdienstdocent


