Woonbegeleiders denken verschillend over geloof

Ds. T. Schakel | Geen reacties | 30-10-2026| 13:52

Vraag

Ik woon in een woonvorm en de ene begeleider zegt: je bent een kind van God, terwijl de andere begeleider zegt: je moet bekeerd worden. Ook is er een verschil in visie op het dragen van rokken/broeken en een hoedje in de kerk. Ik vind dit heel verwarrend, want ik wil graag een kind van God zijn.


Antwoord

Beste vraagsteller/ster,

Ik kan me indenken dat die twee verschillende dingen die je verteld worden lastig zijn om bij elkaar te krijgen en dat dit veel verwarring geeft. Zeker ook omdat je woonbegeleiders dit zeggen, mensen die toch het beste met je voorhebben denk ik en met wie je een vertrouwensband opbouwt. Nu is het misschien wel belangrijk om te beseffen dat wat mensen tegen je zeggen wat je nodig hebt vaak vooral wordt bepaald door wat ze zélf denken te weten wat je nodig hebt, terwijl die mensen niet voor God spreken maar voor zichzelf. Ook al bedoelen je woonbegeleiders het nog zo goed, dat trek ik niet in twijfel. Laten we daarom maar eens beginnen bij wat er in jezelf leeft, in plaats van wat andere mensen zeggen. Jij zelf schrijft in je laatste zin “…ik wil graag een kind van God zijn.” Laten we dat als uitgangspunt nemen.

Het verlangen om een kind van God te mogen zijn komt bij God Zélf vandaan. Hij werkt dit door de Heilige Geest in onze harten. Dat is ook hard nodig, want van nature willen mensen geen kind van God zijn, maar ze willen zelf als een god zijn en leven zonder rekening te houden met God. Als je merkt in jezelf dat het verlangen om zélf een god (de belangrijkste) te zijn wordt afgebroken en een verlangen is ontstaan om bij God te horen en Zijn kind te zijn, dan is de Heilige Geest in je aan het werk.
 

"Als je gelooft in de Heere Jezus mag je bij Gods familie horen, dan wordt Hij je Vader en jij Zijn kind"


Ben je er dan al, of ben je dan op weg? Mensen zullen daar vanuit hun kerkelijke achtergrond verschillend op reageren en waarschijnlijk hebben jouw woonbegeleiders verschillende kerkelijke achtergronden. Maar belangrijker is wat het Woord van God zegt: “Maar allen die Hem (Jezus Christus) aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven” (Johannes 1:12). De Bijbel leert dus dat wij door het geloof in de Heere Jezus Christus (dat is de Heere Jezus kennen vanuit het Woord, en in je hart een vast vertrouwen hebben op Zijn beloften) een kind van God worden.

Dus eigenlijk is de vraag: Geloof jij dat de Heere Jezus ook voor jouw zonden is gestorven en dat Hij door Zijn opstanding ook jou een nieuw leven wil geven? Als dat zo is mag je bij Gods familie horen, dan wordt Hij je Vader en jij Zijn kind. En dan gaat Hij je helpen om hier in dit leven steeds meer voor Hem te leven.

Dan nog kort iets over die rokjes en hoedjes waar je over vraagt. De zaak op zichzelf is goed, maar de manier waarop men daar in veel kerken mee omgaat berust op ‘leringen van mensen’: door mensen bedachte verzinsels. Het is goed om het verschil te blijven zien tussen de zaak (het principe) en de praktijk in sommige kerken. In sommige kerken gaan meisjes en vrouwen uitdagend gekleed met korte rokken waar ze niet eens fatsoenlijk mee kunnen fietsen, of met pronkende bij het seizoen passende hoeden omwille van het uiterlijk vertoon. Ze zijn daarbij vaak onbekeerd maar denken wel dat ze de ‘christelijke kledingregels’ moeten of kunnen volgen. Dit gebeurt dan eigenlijk alleen naar de letter en niet naar de Geest en het gevolg is verschrikkelijk. Ik vraag mij af wie ze daarmee een dienst bewijzen.

Wat is wel van belang? Dat christelijke, gelovige vrouwen (maar ook mannen!) zich uiterlijk net zo rein en zedig kleden als representatief is voor hun innerlijk. Dat is een onderdeel van een dankbaar leven van de verloste christen. Ik zou onwedergeboren mensen maar naar de kerk laten komen zoals ze zijn, want het heeft totaal geen zin om de buitenkant te reinigen en de binnenkant onrein te laten (Mattheüs 23:25-28). Maar van de werkelijk gelovige vrouwen vraagt de Bijbel om hun vrouwelijkheid en vroomheid te eerbiedigen in hun keuzen wat betreft kleding, haar- en sierraaddracht en hoofdbedekking. Daarmee straalt het uiterlijk iets af van wat er aan de binnenkant leeft: ingetogenheid, reinheid, eenvoudigheid en vernieuwing van het leven.
 

"Ik zou niet meedoen aan die rokjes-en-hoedjes parade waar vele onwedergeboren mensen gedachteloos aan mee doen en die alleen maar het vlees en het uiterlijk vertoon dienen"


Dus ja, draag als gelovige vrouw in de kerkdienst zeker een nette lange rok en een eenvoudige hoofddoek of chapelveil (sluier). Maar ik zou maar niet meedoen aan die rokjes-en-hoedjes parade van tegenwoordig waar vele onwedergeboren mensen gedachteloos aan mee doen en die alleen maar het vlees en het uiterlijk vertoon dienen. Daar is ook totaal niets reformatorisch of christelijks aan, integendeel. Dus samengevat: het idee is, voor de gelovige vrouw, goed. Maar de praktijk en uitwerking, daarbij moet je je niet laten meeslepen door de (refo)mode, maar laten leiden door de Bijbel.

Misschien is het een idee om dit antwoord er eens bij te pakken en het samen met je woonbegeleiders te lezen en het te gebruiken om er een gesprek over op gang te brengen? Uiteindelijk is het goed dat je over verschil van inzichten met elkaar kunt spreken en dat je woonbegeleiders ook beseffen dat veel verschillende meningen op dit gebied jou in verwarring brengen. Dan kunnen ze er rekening mee houden misschien hoe ze dingen verwoorden.

Ik wil je enkele regels meegeven uit een lied uit de zangbundel van Johannes de Heer die je als een lied en als gebed hopelijk tot zegen mogen zijn:

Neem mijn leven, laat het, Heer,
toegewijd zijn aan Uw eer;
neem mijn handen, dat zij 't merk
dragen van Uw liefdewerk.

Elke dag, ja ied're stond
zij Uw lof in mijne mond;
elke schrede van mijn voet
zij geheiligd door Uw bloed.

Zij mijn zang steeds U gewijd.
U, Heer Jezus, t' allen tijd!
Laat mijn lippen zijn vervuld
van de Losser mijner schuld.

Neem mijn zilver en mijn goud,
dat ik daarvan niets weerhoud;
dat mijn kennis t' allen tijd
wordt aan Uwe dienst gewijd.

Zij mijn wil in mij gedood
en Uw wil mijn daag'lijks brood;
maak mijn hart tot Uwe troon,
Vader, Heil'ge Geest en Zoon.

U behoort mijn liefdeschat,
Gij hebt mij eerst lief gehad;
ziel en geest en lichaam, Heer,
leg ik op Uw altaar neer.

Een heel hartelijk en welgemeende groet uit Yerseke,
Ds. T. Schakel

Mis niks, abonneer je op onze WhatsApp en wekelijkse nieuwsbrief

Dit artikel is beantwoord door

Ds. T. Schakel

  • Geboortedatum:
    08-05-1990
  • Kerkelijke gezindte:
    Bond van Vrije Evangelische Gemeenten in Nederland
  • Woon/standplaats:
    Yerseke
  • Status:
    Actief
19 artikelen
Ds. T. Schakel

Bijzonderheden:

Bekijk ook:


Dit panellid heeft meerdere artikelen geschreven
Geen reacties
Je kunt niet (meer) reageren op dit bericht. De reactiemogelijkheid is niet geactiveerd of de uiterste reactietermijn van 1 maand is verstreken.

Terug in de tijd

Man heeft roeping voor zendingswerk

Mijn man heeft me laten weten te worstelen met de roeping om zendingswerk te verrichten. Natuurlijk voelde ik al dat er iets was, maar dit heeft me toch wel overvallen. Ik wil het hem niet moeilijker ...
2 reacties
29-10-2013

Zondag is saai, onrustig en naar

Ik ben een vrouw van in de dertig en zit met mijn handen in het haar... Ik schaam me er enorm voor en wil in alle openheid, eerlijkheid en nederigheid de volgende situatie uitgebreid voorleggen. Al ee...
2 reacties
29-10-2019

Verzoekingen in het dagelijkse leven

In Mattheüs 4 gaat het over de verzoeking in de woestijn. De Heere sprak tot de satan: “Gij zult de Heere uw God niet verzoeken.” In deze context snap ik de zin. Kunt u voorbeelden noemen van het ve...
1 reactie
29-10-2021
design website door design website by Mooimerk website-ontwikkeling door webdevelopment by Accendis hosting website door hosting website by STH Automatisering
Stel hier
een vraag