Parallellen met tijd vóór de zondvloed

Ds. J. Belder | Geen reacties | 06-04-2026| 15:03

Vraag

Toen God de eerste aarde verdierf was dat omdat de mensen boos en verkeerd waren. Ik stel me zo voor dat de mensen die nu leven nog duizend keer zo slecht zijn, als we zien wat er allemaal gebeurt. Toch spaart God ons tot hier toe wel. Heeft dat een reden? Laat God ons helemaal gaan, als de muilezel, of kunnen we nu ook nog iets verwachten?


Antwoord

Beste vraagsteller,

Jouw analyse van deze tijd is scherp en voor mij herkenbaar. Inderdaad zien wij om ons heen dan kan de wereld van nu zich in geen geval verheffen boven welke andere tijd ook. Nog minder kunnen wijzelf ons moreel verheven voelen boven de eerste wereld als we eigen hart leerden kennen. Wat spookt daar niet allemaal rond…?!

De wereld van vóór de zondvloed leert ons dat er een maat is aan Gods geduld met de zondigheid van ons mensen. Genesis 6 geeft ons een ontluisterend inkijkje in de wereld waarin Noach leefde. De samenleving van toen rijpte dagelijks verder heen naar het vernietigend oordeel van God over doen en denken (“de gedachtenspinsels”). De voltrekking daarvan kwam niet als de spreekwoordelijke donderslag bij heldere hemel. Jaar in jaar uit klonk de waarschuwende stem van Gods profeet en prediker van Zijn gerechtigheid, Noach. Het moet hem intens veel pijn hebben gedaan nauwelijks vrucht op zijn prediking te hebben gezien. Het was praten tegen dovemansoren. En toen kwam na lang geduld van God het oordeel dat door Noachs tijdgenoten was weggelachen en weggespot. God vaagt alles wat Hij geschapen had weg.

De Heere Jezus herinnert in een van Zijn toespraken aan die oude, schokkende geschiedenis (Mattheüs 24:36-39). Wat voorafging aan die wereldomvattende ramp, zal zich herhalen in de eindtijd, de periode tussen Jezus’ hemelvaart en Zijn wederkomst. Wij leren niet van de geschiedenis! Leggen we onze tijd naast Jezus’ doorlichting van de eindtijd, dan zouden we de conclusie kunnen trekken dat het allemaal nog wel meevalt bij en met ons. Een gevoel van zelfvoldaanheid en tevredenheid zou ons kunnen verblinden. De Heere Jezus spreekt over eten, drinken, ten huwelijk nemen en geven. Wat is daar mis mee? De prangende vraag is echter waar God is in dit alles. Is Hij in de rand van het bestaan verdwenen, of zelfs daarover heen geduwd…? Ontvangen we de goede gaven uit Zijn hand, of maken we onszelf wijs dat alles vrucht is van onze inspanningen en dat we “gewoon” recht hebben op deze dingen…? Wat het huwelijk betreft…, wordt dat nog in ere gehouden, als een verbintenis tussen één man en één vrouw…? Zo ja, zijn onze huwelijken en gezinnen nog kerkjes in de kerk? Zijn het de cellen in de samenleving waar de Heere wordt aangeroepen en gedankt, waar we leven in afhankelijkheid van en toewijding aan Hem…?
 

"Levens worden vermorst, vermoord in de moederschoot. Over genocide gesproken… Zal God dat niet zien?!"


Ongemerkt zit ik al wat te filosoferen over het gezin. Dat raakt ook onze visie op huwelijk en seksualiteit. Wat dat laatste betreft: abortus is het eenvoudige antwoord op een “ongelukje”. “Baas in eigen buik.” Levens worden vermorst, vermoord in de moederschoot. Over genocide gesproken… Zal God dat niet zien?! Wat zijn onze waarden en normen waard als ze niet geënt zijn op Gods heilzame geboden, die het leven van mij en mijn naaste beschermen? 

Onze tijd kenmerkt zich door diep geestelijk verval in heel de westerse wereld. Ontkerstening en ontkerkelijking trekken diepe sporen. De stem en het gezag van Gods Woord worden het zwijgen opgelegd. ‘Moderne’ samenlevingen wanen zich pas echt vrij zodra die zich van God hebben ontdaan. Zie je de parallellen met de tijd vóór de zondvloed? En als de Bijbel nog enigszins in ere wordt gehouden, dan is hij maar al te vaak gemuilkorfd. We lezen door de bril van de tijdgeest en knutselen ons eigen beeld van God in elkaar. Kortom: leven wij tot Gods eer? Daar gaat het om. Hebben wij de Heere lief en dan vooral vanwege de verzoening met Hem door het bloed en het offer van de Heere Jezus? Verlangen we naar Zijn wil te leven…? Omdat wij niet weten wanneer de Heere Jezus terugkomt, worden we opgewekt om nuchter te zijn en te waken. Komen zal Hij, maar wanneer? Als een dief in de nacht! En een dief kondigt zijn komst nooit aan.

Jij veronderstelt dat de mensen van nu wel duizend keer slechter zijn dan de mensen van vóór de zondvloed. Als je je eigen hart leert kennen, kun je je boven niemand meer verheffen. Dan heb je verdriet over je eigen zonden en zondige aard, waartegen je strijdt en zult overwinnen in de kracht van het geloof. Maar wat een verdriet ook als je om je heen ziet hoe Gods Naam door het slijk wordt gehaald en Zijn goede wetten met voeten getreden worden. Toch kijk ik niet machteloos toe, maar ik bid voor deze wereld dat velen nog zullen gaan belijden dat de Heere God is en hun ontkoming aan Gods komende oordeel zullen vinden in de Heere Jezus Christus.
 

"Dat God deze wereld nog steeds spaart is onbegrijpelijke liefde. Wat een geduld! Wat een verdraagzaamheid!"


Dat God deze wereld nog steeds spaart is onbegrijpelijke liefde. Wat een geduld! Wat een verdraagzaamheid! In de tijd waarin Petrus zijn zendbrieven schreef, waren er ook al velen die nergens meer van onder de indruk raakten. Er werd openlijk gespot met Gods geduld over deze wereld. Heel scherp reageert Petrus daarop: “uitstel is geen afstel! Laat het je gezegd zijn”, voegt hij de spotters toe (Petrus 2: 3: 9). Nog gaat het Evangelie voort in zijn weg door deze wereld en onder de mensen. De nodiging blijft klinken. Je vraagt tot slot of God ons niet laat gaan, ons overlatend aan het goeddunken van ons eigen hart?

Aangrijpende voorbeelden daarvan staan in de Bijbel. De farao van Egypte (Exodus 7, 8, 9; Romeinen 9: 17) is een huiveringwekkend illustratie van iemand die zichzelf verhardde en uiteindelijk werd overgegeven aan het oordeel van verharding. God openbaarde zich meer dan eens aan hem, maar hij volhardde in het negeren van Diens stem totdat hij definitief een grens overging. Een volk kan Gods goede Geest weerstaan, bedroeven en lasteren, zodat de Heere Zich terugtrekt.

Ter afsluiting van dit (te) lange betoog: wie bang is dat hij zijn hart verhard heeft, is niet verhard, anders zou je daar niet over inzitten. De verloren zoon uit Lukas 15 is een sprekend voorbeeld en getuigenis van Gods lankmoedigheid over een zondaar en van genade voor zelfs de grootste van de zondaren.

Ds. J. Belder

Mis niks, abonneer je op onze WhatsApp en wekelijkse nieuwsbrief

Dit artikel is beantwoord door

Ds. J. Belder

  • Geboortedatum:
    14-01-1955
  • Kerkelijke gezindte:
    PKN (Hervormd)
  • Woon/standplaats:
    Harskamp
  • Status:
    Actief
10 artikelen
Ds. J. Belder

Dit panellid heeft meerdere artikelen geschreven
Geen reacties

Terug in de tijd

Stamcel-onderzoeker

Op dit moment doe ik een medische studie aan de universiteit. Ik vind het gruwelijk interessant en zou hier graag mijn beroep van willen maken. Echter wil ik heel erg graag stamcel-onderzoeker worden....
1 reactie
04-04-2013

Afscheiding

Ik heb sinds drie maanden verkering. Ik merk dat ik soms veel meer afscheiding heb en ook anders van kleur of soms meer met bloed. Kan het zijn dat door elkaar zoenen en knuffelen dit invloed heeft op...
Geen reacties
04-04-2019

Financiën studenten Theologische School

Ik heb een oprechte vraag over de Theologische School van de Gereformeerde Gemeenten. Moeten de studenten daaraan financieel bijdragen? Bijvoorbeeld collegegeld? En hoe zit het met hun inkomen? Krijge...
1 reactie
04-04-2025
design website door design website by Mooimerk website-ontwikkeling door webdevelopment by Accendis hosting website door hosting website by STH Automatisering
Stel hier
een vraag