Moe van mijn goddeloosheid
A. J. C. van Gent | 2 reacties | 17-02-2026| 10:12
Vraag
Ik ben moe. Moe van mijzelf en mijn geloofsleven. Ik verzondig de boel elke dag opnieuw... Ik heb zoveel vijandschap in me, geen liefde en geen wil om tot God te gaan. En toch ken ik Hem ook, maar is mijn natuurlijke ongeloof zo groot. Elke avond opnieuw stort ik alles bij Hem uit, al mijn vragen, mijn ongeloof, mijn angsten, mijn zonde, alles, vaak emotioneel. Maar de dag erna doe ik weer precies hetzelfde en maak ik er weer een enorme rommel van. Weer stel ik God teleur, weer ongeloof, weer slechte gedachten, te weinig naastenliefde... En in de avond lig ik weer te huilen tot God. En zo gaat dat al weken.
Ik wil dit niet meer, elke avond lijkt het echt, berouw, verdriet, zondekennis, liefde voor God, maar overdag gaat het weer precies hetzelfde als elke dag en is alles weer kapot. Ik weet het niet meer, zo kan het toch niet doorgaan, ik maak mijzelf dol. Kan niet geloven dat ik enige vergeving heb gehad of dat ik werkelijk God liefheb, want overdag ben ik continue met de wereld bezig. En toch verlang ik naar Hem, naar een leven met Hem en weet ik dat ik zonder Hem geen kant op kan, volledig afhankelijk ben in alles. Maar hoe kan ik gelovig zijn als ik er zo'n rommel van maak en daarna alles weer opbiecht en het net zo hard opnieuw doe.
Ik wil Hem liefhebben, maar ik voel zoveel twijfel en twijfel is ongeloof. Ik smeek God elke dag om hulp, hulp met het aanvaarden van het aanbod der genade, hulp met alles waar ik zo mee zit, het is zo'n warboel, zo'n vicieuze cirkel waar ik niet uitkom. Excuus voor dit warrige verhaal, hopelijk begrijpt u wat ik bedoel.
Antwoord
Beste,
Je hebt Christus nodig!
God heeft Zijn eniggeboren Zoon gegeven. Hij is afgedaald vanuit de heerlijkheid in de aardse duisternis. De duisternis begreep het niet. Het Leven is gekomen in een wereld vol dood en verlorenheid. Zijn Naam is: Jezus Christus. Hij is gekomen om te zoeken en zalig te maken dat verloren was (Lukas 19:10). Hij heeft geleden, is geslagen en verdrukt. De HEERE heeft onze ongerechtigheid op Hem laten komen. En Hij? Hij deed Zijn mond niet open, terwijl Hij geslacht werd (Jesaja 53:6-7).
Je hebt deze lijdende en zwijgende Christus nodig!
Na Zijn hemelvaart heeft God Hem aan Zijn rechterhand geplaatst. Jezus Christus, Gods Zoon, is hoogverheven, hoger dan de engelen (Hebreeën 1:5-6). Christus is in alles trouw geweest. Hij is meerder heerlijkheid waardig geacht dan Mozes uit het Oude Testament (Hebreeën 3:3). Mozes’ opvolger Jozua is ook alleen een afschaduwing geweest. Jozua leidde het volk tot in Kanaän, maar dat was nog niet de uiteindelijke rust. Christus is meer dan Jozua (Hebreeën 4:8). Gods Zoon is de hemelse Hogepriester. Hij kan medelijden hebben met onze zwakheden. Hij is Hogepriester en Offerlam tegelijk. Zo is Hij meer dan Aäron (Hebreeën 5:5-6). Jezus Christus is meer, Hij is hoger. Hoger dan Levi, hoger dan Melchizédek (Hebreeën 7:11,17).
Je hebt deze meerdere en verheerlijkte Christus nodig; de Hogepriester en het Lam!
Jezus Christus is Borg geworden van een zoveel beter verbond. Hij is eeuwig en Zijn Priesterschap vergaat niet (Hebreeën 8:22-24). “Waarom Hij ook volkomen kan zalig maken degenen die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden” (Hebreeën 7:25). De offers van het Oude Testament konden niet zalig maken. Het bloed van dieren schoot tekort. Hoe dan wel? Door Zijn eigen bloed. Hij is als Hogepriester en Lam het heiligdom ingegaan en heeft zo gezorgd voor verlossing die eeuwig van kracht blijft (Hebreeën 9:12).
Je hebt het bloed van dit Lam en de aangebrachte verzoening van deze Christus nodig!
Vanwege Gods oordeel over menselijke schuld en zonde moest Christus de dood sterven. Zijn offer is eenmalig en genoeg (Hebreeën 9:28). Hij gaf Zich vrijwillig, gehoorzaam en deed de wil van Zijn Vader. Door dit offer kunnen zondaren echt geheiligd en aan God toegewijd worden en hebben ze vrije toegang tot God (Hebreeën 10:8-10). Die oudtestamentische offers wezen daar als afbeeldingen heen. Gods Woord getuigt het. De Heilige Geest getuigt het ook (Hebreeën 10:14-16). Het offer van Jezus Christus zorgt voor waarachtige verzoening en vrede met God. En de rechtvaardige zal uit het geloof leven (Hebreeën 10:38; Romeinen 1:17). Dit geloof is de vaste grond, een zeker fundament, “van de dingen die men hoopt, en een bewijs van de zaken die men niet ziet” (Hebreeën 11:1).
"Je verwacht het geloof van jezelf en hoopt op een gerechtigheid in jezelf. Dat is geen grond, maar drijfzand."
Je hebt dit offer van Christus nodig!
De gelovigen, overtuigd door Woord en Geest, hebben dit vaste hopen op God dat Hij hen niet zal begeven en verlaten (Hebreeën 13:5-6). Waarom niet? Omdat ze een Altaar hebben, het kruis van Golgotha waar Jezus Christus het grote verzoeningsoffer heeft gebracht (Hebreeën 13:10). De Heere Jezus heeft niet in het heiligdom geleden, maar is buiten de poort gegaan. Hij is Jeruzalem uitgegaan. Als een onreine, vanwege de schuld die op Hem is gelegd. Kan jij het begrijpen? “Daarom heeft ook Jezus, opdat Hij door Zijn eigen bloed het volk zou heiligen, buiten de poort geleden” (Hebreeën 13:12). “Zo laat ons dan tot Hem uitgaan buiten de legerplaats, Zijn smaadheid dragende” (Hebreeën 13:13).
Deze Christus is beschikbaar!
Hij zoekt het verlorene. Hij roept vermoeiden en belasten. Hij eet en drinkt met zondaren. Hij omarmt en zegent kinderen. Hij neemt verloren schapen op Zijn schouders. Hij rechtvaardigt goddelozen.
Je bent moe, schrijf je. Moe van jezelf, van je zonden, van je ongeloof, van je angsten, van je vijandschap, van je liefdeloosheid, van je onwil, van je emoties, van je rommel, van je mislukkingen … Kortom, van je goddeloosheid. Het brengt je tot een vraag die gericht is op jezelf: maar hoe kan ik gelovig zijn als ik er zo’n rommel van maak en daarna alles weer opbiecht en het net zo hard opnieuw doe. In liefde en verbondenheid gezegd: je verwacht het geloof van jezelf en hoopt op een gerechtigheid in jezelf. Dat is geen grond, maar drijfzand. Ik moet denken aan het weergaloos rijke gezang 'Eens was ik een vreemdeling' van McCheyne. Hij werd door Gods Geest aan zichzelf ontdekt. Al zijn eigen deugden werden verwerpelijk. Hij vluchtte tot Jezus, hij werd gered en verlost van het vonnis van de wet. Hij leerde: “… dat Christus alleen mijn gerechtigheid is.”
Zie af van jezelf en zie op tot Christus. Hoop niet meer op iets in of van jezelf, maar hoop op God alleen. Belijd aan de HEERE je schuld en zonden, je zoeken naar eigen gerechtigheid. Je schrijft: “En toch ken ik Hem…” In liefde en met aandrang gezegd: keer terug naar Hem. Bekeer u en doe de eerste werken, want je hebt je eerste liefde verlaten (naar Opbaring 2:4-5). Leg alle last en zonde af en loop met lijdzaamheid (volharding, geduld) de loopbaan die voorgesteld is. Hoe? “Ziende op de overste Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus, Dewelke voor de vreugde die Hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen en schande veracht, en is gezeten aan de rechterhand van de troon Gods” (Hebreeën 12: 1-2).
Je hebt Christus nodig. Hij is beschikbaar!
Hoop op Gods genade alleen en laat je in alles laat leiden door Zijn Woord en de Heilige Geest.
A.J.C. van Gent
Dit artikel is beantwoord door
A. J. C. van Gent
- Geboortedatum:28-10-1990
- Kerkelijke gezindte:Gereformeerde Gemeenten
- Woon/standplaats:Heinenoord
- Status:Actief
Bijzonderheden:
Docent economie en godsdienst | Ouderling
Bekijk ook:
Dit panellid heeft meerdere artikelen geschreven
Jozua gerechtvaardigd
1 DAARNA toonde Hij mij Jozua, den hogepriester, staande voor het aangezicht van den Engel des HEEREN, en de satan stond aan zijn rechterhand om hem te wederstaan.
2 Doch de HEERE zeide tot den satan: De HEERE schelde u, gij satan, ja, de HEERE schelde u, Die Jeruzalem verkiest; is deze niet een vuurbrand uit het vuur gerukt?
3 Jozua nu was bekleed met vuile klederen, als hij voor het aangezicht des Engels stond.
4 Toen antwoordde Hij en sprak tot degenen die voor Zijn aangezicht stonden, zeggende: Doet deze vuile klederen van hem weg. Daarna sprak Hij tot hem: Zie, Ik heb uw ongerechtigheid van u weggenomen en Ik zal u wisselklederen aandoen.
Jozua kreeg wisselklederen die iedere dag weer vernieuwd konden worden en hij dus ondanks zijn tekortkomingen iedere dag opnieuw bestaan kon voor God. De satan doet er alles aan om Gods kind te beklagen en te wijzen op zijn vuile klederen, maar scheld hem zoals de HEERE Zelf hem schold en zie op Hem waarvan je zegt enige kennis te hebben!
Bij Hem mag je uitrusten. Hij heeft al je lasten en zonden gedragen en overwonnen! Dat is een feit niet een gevoel. En als je steeds meer leert dat te geloven, op Hem te zien zul je ook steeds meer de rust en de vrede ervaren die Hij belooft heeft.
Verder zul je steeds meer de kracht van de Heilige Geest ontvangen om in een nieuw leven godzalig te wandelen totdat we onze Verlosser zullen ontmoeten en Hem zien zoals Hij is. Wat een zalig vooruitzicht!


