Onvoldoende afsnijdend werk

Ds. C. Harinck | Geen reacties | 16-10-2026| 16:07

Vraag

Sinds ongeveer twee jaar ben ik lid van de Gereformeerde Gemeenten, nadat ik hervormd ben opgevoed. Dit is een bewuste overstap geweest. Ik miste in de prediking die ik eerder hoorde regelmatig de duidelijke behandeling van de drie stukken ellende, verlossing en dankbaarheid. Juist de weg waarin de Heere Zijn volk leidt, acht ik van wezenlijk belang: het leren kennen van onze schuld voor God, het onmogelijk worden van zaligheid uit onszelf en de noodzakelijkheid van Christus als enige Weg tot verzoening met God.

In mijn eigen leven heeft de Heere op jonge leeftijd de rust opgezegd, mede door het plotselinge overlijden van enkele leeftijdsgenoten. Ik kan niet meer precies terughalen hoe de Heere in die periode door Zijn Woord tot mij gesproken heeft. Wel weet ik dat Hij mij bracht op een plaats waar niets van mijzelf overbleef en ik moest leren dat ik aan Gods recht nooit zou kunnen voldoen. Ik zag mij schuldig voor God en verdiende de eeuwige dood. Vervolgens mocht Christus door de werking van Gods Geest aan mijn ziel geopenbaard worden. Dat Hij Zich als Profeet, Priester en Koning bekendmaakt, is mij steeds dierbaarder geworden. Ik mag iets kennen van Zijn priesterlijke bediening en de noodzakelijkheid van Zijn offer, dat ik iedere dag opnieuw nodig heb. Ook mag ik iets zien van Zijn koningschap, nu Hij aan de rechterhand van Zijn Vader zit en alle macht en eer ontvangt. Tegelijkertijd ervaar ik dat dit niet altijd even helder ligt en dat mijn eigen ontrouw telkens weer tegenover Zijn trouw komt te staan. 

Na een verhuizing ben ik lid geworden van een andere gemeente. Na het Heilig Avondmaal kreeg ik bezoek van de kerkenraad. In dat gesprek kwam naar voren dat het afsnijdende werk in mijn leven onvoldoende vanuit het Woord verklaard zou zijn. Ik begreep dat de ouderlingen daarin een wezenlijk punt zagen, maar ik kon niet goed begrijpen wat zij precies bedoelden. Na dit bezoek was ik alle zekerheid kwijt en heb ik in alle schuld voor de Heere neergelegd dat Hij de zekerheid maar volledig weg moest nemen of zou bevestigen dat Hij waarlijk gesproken had. De volgende zondag werd in de prediking juist de tekst benoemd waarin Christus destijds aan mij was geopenbaard. Dat raakte mij diep en nam voor toen mijn vragen weg.

Tijdens een recent huisbezoek is hier verder over gesproken. Daarbij kwam onder meer naar voren dat zien nog geen hebben is. Ook bleef de ouderling aangeven dat hij het afsnijdende werk in mijn leven niet voldoende vanuit het Woord verklaard zag. Ik begrijp dat het mogelijk is om veel over Christus te spreken, iets van Hem te zien en toch niet werkelijk deel aan Hem te hebben. Ik wil mij daar beslist niet boven verheffen en ben bang mezelf iets toe te eigenen wat mij niet geschonken is. Liever word ik in mijn vermeende zekerheid ontmaskerd dan dat ik mijzelf geruststel en uiteindelijk buiten Christus blijk te staan. Tegelijkertijd raak ik door deze gesprekken erg in verwarring. Ik weet niet goed wat de ouderling precies mist en hoe ik zijn opmerkingen moet verstaan. Het gaat mij niet om mijn gelijk, maar om de vraag hoe ik hierin Bijbels onderwijs en leiding mag ontvangen.

Mijn vragen aan u zijn daarom de volgende:

1. Wat wordt er in de gereformeerde leer precies bedoeld met het afsnijdende werk? Welke Bijbelse grond is hiervoor aan te wijzen, en hoe verhoudt dit zich tot het werk van de Heilige Geest Die een zondaar aan zijn schuld en verlorenheid ontdekt?

2. Kan het afsnijdende werk achteraf niet meer precies vanuit afzonderlijke Schriftwoorden worden beschreven, terwijl iemand wel weet dat hij aan Gods recht niet kan voldoen en zichzelf niet kan redden? Hoe moeten we omgaan met het onderscheid tussen wat iemand daadwerkelijk heeft meegemaakt en wat hij daarvan nog precies kan verwoorden?

3. Hoe moeten we de uitspraak verstaan dat 'zien nog geen hebben is'? Hoe verhouden het zien van de noodzakelijkheid en gepastheid van Christus, de openbaring van Christus aan de ziel en het daadwerkelijk door het geloof tot Hem vluchten zich tot elkaar? Welke Bijbelse kenmerken mogen we hierbij hanteren zonder onze bevinding boven het Woord te stellen?

Lees ook: Zien is geen hebben

4. Hoe kan een kerkenraad iemand hierin op een Bijbelse en pastorale manier begeleiden? Hoe voorkom je enerzijds dat iemand zichzelf op grond van zijn ervaringen geruststelt, maar anderzijds dat iemand door aanhoudende vragen en twijfel geen houvast meer vindt in de beloften van het Evangelie?

Ik verlang ernaar om hierin onderwijs te ontvangen vanuit Gods Woord en onze gereformeerde belijdenisgeschriften. Ik wil niet dat mijn eigen ervaringen de maatstaf worden, maar evenmin wil ik voorbijgaan aan wat de Heere in mijn leven heeft gedaan. Mijn verlangen is om steeds meer buiten mijzelf in Christus alleen mijn zaligheid te zoeken en te leren rusten op Zijn volbrachte werk.

Ik hoop dat u mij hierin verder kunt helpen en vooral duidelijk kunt maken hoe het afsnijdende werk Bijbels gefundeerd is en hoe ik hierover op een goede manier met mijn ouderling in gesprek kan blijven. 


Antwoord

Beste vraagsteller,

ik denk dat de broeders, die u bezocht hebben, bepaalde gedachten hebben over -laat ik het dan ook maar zo noemen- het afsnijdende werk des Heeren. Zij hadden willen horen dat u geheel afgesneden van alle hoop, bereid was geworden om voor Gods eer van je zaligheid af te zien en alleen je verdoemenis mocht accepteren. Dan ben je pas goed afgesneden van alle hoop. Bij u misten zij dat. Het  was allemaal niet diep genoeg.

Uw vraag richt zich verder op de mate waarop iemand van zijn zonden en verdoemelijke staat voor God overtuigd moet zijn. Wanneer je de Bijbel raadpleegt en de geschriften van betrouwbare theologen, zie je dat de Heilige Geest met overtuiging van zonde, met verbrijzeling van onze geest, met belijden Gods straffen te verdienen en onder Gods oordeel te buigen een doel voor ogen heeft. Namelijk om ons tot Christus te brengen.

De diepte en duur van al die overtuigingen is verschillend. Daarom lees je bij de beste schrijvers steeds dat het gaat om het doel dat God er mee bereiken wil. Wanneer dit doel bereikt wordt moet men niet langer tobben over diepte of zwaarte, enzovoorts.  
 

"Velen kunnen wel een uur spreken over benauwdheden die ze hebben meegemaakt, maar weten nog geen twee woorden te spreken over de liefde van Christus"


Thomas Sheppard bijvoorbeeld, een schrijver die deze broeders wel aanspreken zal, zegt daarover: “Zoveel verbrijzeling of gevoel van zonde is nodig, als dient tot verkrijging van het einde. Nu, wat is daarvan het einde? Dat de ziel verootmoedigd zijnde, mag gaan tot Christus door het geloof om haar zonden weg te nemen” (Gezonde gelovige, bladzijde 61).

Het laatste is bepalend. Waar heeft de overtuiging door de Heilige Geest van onze zonden en ellende ons gebracht? En om het met die broers te zeggen: waar heeft de aanvaarding van je verdoemenis je gebracht? Men kan daar zeer indrukwekkend over spreken en allerlei theorieën over hebben, maar laat ons het er eens over hebben waar dit alles ons heeft gebracht? Heeft het Jezus voor ons dierbaar en onmisbaar gemaakt? Is er een vluchten gekomen van de berg Sinaï naar de berg Sion en het bloed van Jezus dat betere dingen spreekt dan Abel? (Hebreeën 12:18-22).
  
Beschouwingen, hoe indrukwekkend, brengen niet bij Jezus. Waar heeft het ons gebracht is de vraag. Ik zou die vraag maar eens aan die broeders voorleggen. En dan graag een persoonlijk en doorleefd antwoord zonder napraterij en gewichtige uitspraken. Rutherford zegt terecht dat velen wel een uur kunnen spreken over benauwdheden die ze hebben meegemaakt, maar nog geen twee woorden weten te spreken over de liefde van Christus. 

U moet zelf ook niet te veel theoretiseren en beschouwen, zoals u toch wel wat doet met uw spreken over Jezus’ ambten.  Steeds blijkt dat we zo onze eigen en bijzondere gedachten hebben over de bekering, die gevoed wordt door bepaalde opvattingen. Maar zijn het Bijbelse gedachten is de vraag. Ik zou wensen dat u en velen daar meer op zouden letten. 

Gods werk kenmerkt zich door eenvoudigheid en waarheid in het binnenste. Al dat geredeneer over de  bekering zal toch blijken geen waarde te hebben. Het is Christus in ons, die de hoop der zaligheid is, Kolossenzen 1:27.

Veel sterkte,
Ds. C. Harinck

Mis niks, abonneer je op onze WhatsApp en wekelijkse nieuwsbrief

Dit artikel is beantwoord door

Ds. C. Harinck

  • Geboortedatum:
    09-04-1933
  • Kerkelijke gezindte:
    Gereformeerde Gemeenten
  • Woon/standplaats:
    Kapelle
  • Status:
    Actief
278 artikelen
Ds. C. Harinck

Bijzonderheden:

Emeritus

Bekijk ook:


Dit panellid heeft meerdere artikelen geschreven
Geen reacties
Je kunt niet (meer) reageren op dit bericht. De reactiemogelijkheid is niet geactiveerd of de uiterste reactietermijn van 1 maand is verstreken.

Terug in de tijd

(...) Ik denk eigenlijk steeds maar opnieuw: de Heere weet toch dat ik hem leuk vindt en als HIJ het dan goed vindt dan zorgt HIJ toch wel dat die jongen de eerste is?

Ik ben een jonge vrouw van 25 jaar en ik ken op dit moment een leuke lieve jongen. Ik zou hem graag eens een brief sturen om hem te laten weten dat ik waardering voor hem voel en ik hoop dat ik hem ie...
Geen reacties
16-10-2008

Afscheiding

Ik heb de laatste jaren een heel erg witte/slijmerige afscheiding. Heb op internet en Refoweb gezocht, maar kom er niet echt goed achter wat het nou is. Ik draag katoenen ondergoed, was mezelf met lau...
Geen reacties
16-10-2012

Seksverslaving

Wanneer spreken we van seksverslaving? Ik heb tijden waarin ik een sterke drang/behoefte voel om gemeenschap te hebben met mijn vrouw, soms wel drie a vier keer per week. Ook vind ik het dan heerlijk ...
3 reacties
16-10-2012
design website door design website by Mooimerk website-ontwikkeling door webdevelopment by Accendis hosting website door hosting website by STH Automatisering
Stel hier
een vraag