Zorgen om document van overeenstemming GG en GGiN

J. den Haan | Geen reacties | 30-03-2026| 14:04

Vraag

Sommige mensen zijn blij dat de Gereformeerde Gemeenten en de Gereformeerde Gemeenten in Nederland een soort overeenkomst hebben gevonden in de uitleg over het aanbod van genade. Ik weet niet wat ik er van denken moet. Natuurlijk, in het kader van één heilige algemene kerk is het toe te juichen. Maar vermoedelijk zal een deel van de Ger. Gem. toch een andere visie hebben op deze uitleg, temeer ook omdat de GGiN in het Reformatorisch Dagblad duidelijk maakt dat er in hun uitleg en visie niets is veranderd. Verwarring dus bij mij en anderen. Is de Ger. Gem. opgeschoven richting GGiN en wat gebeurt er nu met de Ger. Gemmers die hier niet in mee kunnen gaan? Kortom, zo’n gezamenlijke verklaring lost toch geen enkel probleem op?


Antwoord

Beste vraagsteller,

Je verwarring is begrijpelijk. In mijn vorige antwoord 'Overeenstemming over aanbod van genade' over het ‘document van overeenstemming’ tussen de GG en GGiN kon ik alleen gebruik maken van wat er in de krant over werd geschreven. Ondertussen is het document gepubliceerd in de kerkbladen van zowel de GG als de GGiN. We kunnen nu dus zien wat er precies afgesproken is.

Wie is er opgeschoven?
Na het eerste artikel in het RD over dit onderwerp leek het erop dat de GGiN het met de GG eens geworden was over het aanbod van genade. Ds. G. Clements benadrukte naar aanleiding van kritische vragen op de synode dat er geen mitsen en maren bij het aanbod van genade worden geplaatst. Er is dus wat betreft de GG niets veranderd in de uitleg van het aanbod van genade. Datzelfde wordt echter gezegd door de GGiN in een vervolgartikel in het RD. Volgens ds. D. E. van de Kieft is van een verruiming of verandering geen sprake.

Beide kerkverbanden zijn dus blijkbaar niet veranderd in hun uitleg; dat zou betekenen dat er nooit een verschil is geweest, hoogstens verwarring over de terminologie. Nu is feitelijk vast te stellen dat de GGiN inderdaad niet een andere uitleg heeft gegeven. De verwoording in het ‘document van overeenstemming’ komt namelijk letterlijk uit de uitgave “Wet en Evangelie” van de synode van de GGiN (2019). Is het dan toch de GG die met dit document opschuift naar de GGiN?

Ik twijfel niet aan de intentie van de deputaten om op zorgvuldige en Bijbelse wijze alles te doen wat mogelijk is om eenheid te bewerkstelligen met de GGiN. Maar als ik het ‘document van overeenstemming’ lees, kan ik goed begrijpen waarom er op de Generale Synode kritische vragen zijn gesteld. Ik heb drie zorgen bij het document.

Zorg 1: Het document bevat geen definitie van het aanbod van genade
Een Bijbels aanbod van genade heeft drie kernwoorden: algemeen, onvoorwaardelijk en welmenend. Deze drie woorden worden uitgelegd in het document, maar een uitleg van de term ‘aanbod van genade’ wordt niet gegeven. In het document worden uitspraken gedaan als “Het woord algemeen kan betekenen dat het Woord tot alle hoorders komt” en “Het Woord Gods komt wel onvoorwaardelijk tot alle hoorders.” De synode-uitspraak van 1931 wordt echter ook geciteerd, waarin gesproken wordt over de “ernstige aanbieding van Christus.”

Het document zou veel aan helderheid winnen als het zou beginnen met een duidelijke uitspraak over wat er met ‘aanbod van genade’ bedoeld wordt. De term wijst erop dat Christus Zelf wordt aangeboden in het Evangelie (zie Dordtse leerregels hoofdstuk III/IV.9). Predikanten mogen tegen alle luisteraars zeggen dat Christus beschikbaar is en aandringen om in Hem te geloven (2 Korinthe 5:11), ja zelfs smeken om je met Hem te laten verzoenen (2 Korinthe 5:20). Zie ook: wat is het aanbod van genade?

Zorg 2: Het document bakent het aanbod van genade eenzijdig af
Zoals het aanbod van genade niet gedefinieerd wordt, zo worden ook de drie kernwoorden (algemeen, welmenend, onvoorwaardelijk) niet uitgelegd, maar alleen ingekaderd. Onze oudvaders hebben deze woorden gebruikt om uit te leggen wat een Bijbels aanbod van genade inhoudt. Ieder woord is ontstaan in strijd tegen dwalingen. In het document wordt dat niet genoemd, maar worden er kanttekeningen geplaatst. Er wordt eenzijdig gewaarschuwd tegen mogelijke dwalingen. De kerkgeschiedenis bevat een heel duidelijke waarschuwing: wie uit angst voor dwalingen het aanbod van genade eenzijdig afbakent, loopt een groot risico uiteindelijk in een dwaling aan de andere kant te belanden.

Algemeen
Bij het woord ‘algemeen’ wordt gezegd dat er in de prediking onderscheid gemaakt moet worden; de boodschap is niet voor alle hoorders dezelfde. De prediking moet inderdaad separeren, maar niet in het adres van het aanbod van genade. Dat is nu juist wat het woord ‘algemeen’ probeert te zeggen. Omdat deze uitleg ontbreekt, lijkt het aanbod te worden ingeperkt of worden er op zijn minst mitsen en maren aan toegevoegd. Beide kerkverbanden willen vasthouden aan ds. G.H. Kersten, laten ze dan ook deze uitspraken van Kersten volgen, die zouden helderheid aan het document geven: “Het Woord moet echter allen, zonder onderscheid, gepredikt en aan bekeerden en onbekeerden het Evangelie aangeboden. Sommigen staan dit tegen, als zou het aanbod van genade te ruim gesteld worden. Maar de Heere Jezus heeft het bevolen (Mattheüs 20:16, Mattheüs 22:14, Mattheüs 28:19, Markus 16:15). (...) Niemand wordt uitgesloten van de nodiging tot Christus te komen; niemand wordt om de grootheid zijner zonden afgewezen; in Christus is een eeuwige gerechtigheid, genoegzaam tot verzoening van de zonden der gehele wereld. Hij mag te verlossen en Hij zal verlossen, ieder, die Zijn sterkte door genade aangrijpt.” (G.H. Kersten, De gereformeerde dogmatiek (Houten: Den Hertog, 2018). Deel 2, bladzijde 81-82)

Welmenend
Bij het woord ‘welmenend’ wordt gewezen op de Dordtse Leerregels die zeggen dat God ernstig en waarachtig betoont wat Hem aangenaam is, namelijk dat de geroepenen tot Hem komen (Dordtse leerregels hoofdstuk III/IV.8). Maar, wordt gezegd, dit mag niet zo uitgelegd worden dat het Gods bedoeling is dat alle mensen tot de zaligheid zullen komen of dat alle hoorders moeten geloven dat Christus ook voor hen gestorven is. De kanttekening over de particuliere verzoening (Christus is alleen gestorven voor de uitverkorenen) is terecht, maar ook hier ontbreekt weer de duidelijkheid over wat het welmenende aanbod dan wél inhoud. Als onze oudvaders spreken over het welmenende aanbod, dan wijzen ze erop dat God het meent als Hij iedere hoorder van het Evangelie Christus aanbiedt en oproept in Hem te geloven. Het aanbod is niet vrijblijvend, maar komt met ‘bevel van bekering en geloof’ (Dordtse leerregels hoofdstuk II.5). Gods geopenbaarde wil is dat iedereen zich bekeert en in Hem gelooft. Het document lijkt de voor mensen onbegrijpelijke spanning tussen het welmenend aanbod (God heeft geen lust in de dood van goddelozen, Ezechiël 33:11) en de uitverkiezing weg te halen.

Onvoorwaardelijk
Bij het woord ‘onvoorwaardelijk’ wordt aan de ene kant benadrukt dat er geen voorwaarden zijn die de mens zelf kan vervullen. Anderzijds mogen volgens het document zaken als de eis van geloof en bekering, de noodzaak van ontdekking aan de ellendestaat door de wet en de eenzijdigheid van Gods genade niet op de achtergrond raken. Nu moet de wet in navolging van de Bijbel scherp gepreekt worden. En als de Heere ons harde hart niet verbreekt, zullen we nooit tot Christus vluchten. Tegelijkertijd moeten we oppassen dat de noodzaak van ellendekennis en berouw toch niet weer voorwaarden worden. Juist als de Heilige Geest onze ogen opent, zullen we nooit de conclusie durven trekken dat onze ellendekennis en berouw diep genoeg zijn. De Marrow-men in Schotland hebben hier niet voor niets zo’n felle strijd over gevoerd. Thomas Boston schrijft hier heel helder over. Hij wijst erop dat er geen enkele voorwaarde is om tot Christus te komen, maar dat iemand zonder gevoel van nood over de zonden nooit naar Christus zal gaan. Ellendekennis en berouw zijn dus geen voorwaarden, maar wel de weg waarlangs een zondaar tot Christus komt. Toch moeten we dat niet te veel gaan benadrukken, zegt Boston. Hij stelt dat het eisen van een bepaalde geschiktheid, zoals oprecht berouw, zondaren juist belemmert in plaats van helpt. Het zorgt ervoor dat bedroefde gewetens verstrikt raken in eindeloze twijfels over de echtheid van hun berouw, terwijl ze de tijd beter kunnen besteden door direct tot Christus te vluchten.

“Geen mens kan ooit in Christus geloven zonder dat hij weet dat hij een recht heeft om in Hem te geloven, want anders zou hij maar aanmatigend handelen. Daarom, tegen zondaren te vertellen dat niemand tot Christus mag komen of een recht heeft om te geloven dan alleen zij die een waar berouw hebben, moet bedroefde gewetens noodzakelijkerwijs op een bijzondere wijze verstrikken, zodat zij niet durven te geloven voordat zij weten dat hun berouw een waar berouw is.” (Boston in: Edward Fisher, Het merg van het Evangelie - met aantekeningen van Thomas Boston (Kampen: Brevier uitgeverij, 2015), bladzijde 173)

Wie zich meer wil verdiepen in de uitleg van deze woorden en de verschillende standpunten hierover, zie: Het algemeen, onvoorwaardelijk, welmenend aanbod van genade.

Zorg 3: het document reikt een leesbril aan voor de belijdenisgeschriften
Mijn laatste zorg is dat het ‘document van overeenstemming’ een leesbril aanrijkt voor de belijdenisgeschriften. Het document noemt eerst allerlei bezwaren, voordat het de officiële belijdenissen citeert. Daardoor wekt het de indruk dat we de daarna geciteerde artikelen uit de Dordtse Leerregels ‘met onderscheid’ moeten lezen.

Een document voor eenheid moet glashelder zijn. Als zowel de GG als de GGiN er hun eigen uitleg aan kunnen geven, is er misschien op papier eenheid, maar verandert er in de praktijk niets. Tenzij het document inderdaad als leesbril voor de belijdenissen gaat functioneren, dan verandert er wel degelijk iets, maar niet op een positieve manier.

Mijn drie zorgen komen samen in de angst dat het document predikanten voorzichtig en terughoudend gaat maken in het preken over Gods genade en het aanbieden van Christus. Terwijl dat juist zo belangrijk is, omdat er voor een zoekende zondaar niets anders overblijft om zich aan vast te klemmen dan Gods beloften. De grond voor het geloof ligt in de vrije belofte van God.

Je vraagt als laatste nog wat er nu gebeurt met Ger. Gemmers die hier niet in mee kunnen gaan. Die raad ik aan om de ‘kerkelijke weg’ te volgen en hun zorgen bij hun kerkenraad te laten horen.

Van harte Gods zegen toegebeden,
Johan den Haan

Lees meer artikelen over:

aanbod van genadekerkscheuring 1953

Mis niks, abonneer je op onze WhatsApp en wekelijkse nieuwsbrief

Dit artikel is beantwoord door

J. den Haan

  • Geboortedatum:
    22-05-1985
  • Kerkelijke gezindte:
    Gereformeerde Gemeenten
  • Woon/standplaats:
    Oostkapelle
  • Status:
    Actief
7 artikelen
J. den Haan

Bijzonderheden:

Ouderling Gereformeerde Gemeenten


Dit panellid heeft meerdere artikelen geschreven
Geen reacties
Je kunt niet (meer) reageren op dit bericht. De reactiemogelijkheid is niet geactiveerd of de uiterste reactietermijn van 1 maand is verstreken.

Terug in de tijd

Heilige doop in de Gereformeerde Gemeente

Kunt u kort uitleggen wat de heilige doop in de Gereformeerde Gemeente inhoudt. En heeft u eventueel nog meer informatie over de Ger. Gem. of is dat ergens verkrijgbaar?
Geen reacties
30-03-2003

Kind wil geen warm eten

Mijn kind (bijna 3) wil niet warm eten en wil alleen brood (ook als wij gewoon warm eten). Wat kan ik hier aan doen?
Geen reacties
30-03-2016

Zondag tussen Hemelvaartsdag en Pinksteren

Waarom wordt de zondag tussen Hemelvaartsdag en Pinksteren weeszondag genoemd?
Geen reacties
30-03-2017
design website door design website by Mooimerk website-ontwikkeling door webdevelopment by Accendis hosting website door hosting website by STH Automatisering
Stel hier
een vraag