Eva, moeder van alle levenden
Ds. E. Gouda | Geen reacties | 30-03-2026| 09:59
Vraag
Waarom noemde Adam zijn vrouw na de zondeval moeder der levenden? Ze hadden nog geen kinderen, of wisten ze al dat die komen zouden? Heeft dat ons ook iets te zeggen dat pas na de zondeval de geslachtsgemeenschap gekomen is? Men spreekt soms over een overgebleven paradijsbloem. Klopt dat wel?
Antwoord
Beste vragensteller,
Bedankt voor je vragen. Waarom noemt Adam zijn vrouw na de zondeval: “moeder van alle levenden”? Ze hadden toch nog geen kinderen…
Als je het stukje in de Bijbel rustig leest, zie je iets bijzonders. Vlak daarvoor heeft God gesproken. Niet alleen oordeel uitgesproken, maar ook een belofte gegeven: Er zal nageslacht komen. En uit dat nageslacht zal Iemand komen Die het kwaad zal overwinnen (Genesis 3:15). Adam heeft dat gehoord. En dan, midden in een wereld die net gebroken is, waar de dood zijn intrede heeft gedaan, geeft hij zijn vrouw een naam die juist het tegenovergestelde zegt: leven.
Hij noemt haar: “moeder van alle levenden.” Niet omdat hij het al ziet. Maar omdat hij het gelooft. Hij gelooft: God gaat door. Er komt leven, ondanks de dood. Zijn vrouw zal moeder worden en uit haar zal het leven, ja de Levende voortkomen.
Dan die andere vraag: kwam het huwelijk en de geslachtsgemeenschap pas ná de zondeval? Nee. De Bijbel is daar helder in. Al vóór de zondeval zegt God: “Wees vruchtbaar en word talrijk.” En: “Zij zullen tot één vlees zijn.”
Het huwelijk en de eenheid van man en vrouw horen dus bij Gods goede schepping. Na de zondeval komt er wel iets bij: moeite, pijn, gebrokenheid. Maar het goede dat God gaf, blijft.
Soms hoor je dan de uitdrukking: “een paradijsbloem.” Daar zit iets moois in: het huwelijk komt uit het paradijs. Maar het is geen ongeschonden bloem meer. Het staat nu in een gebroken wereld. En toch… zelfs daar laat God het leven doorgaan. Dat zie je al bij Adam. Hij staat daar, na de val. Alles is anders geworden. En toch zegt hij: leven. Omdat God het heeft gezegd. En misschien is dat wel de diepste les voor ons: dat wij leren kijken met de ogen van het geloof. Niet alleen naar wat we zien. Maar naar wat God belooft.
Zoals de Psalm treffend zingt:
Want Hij is onze God, en wij
Zijn 't volk van Zijne heerschappij,
De schapen, die Zijn hand wil weiden;
Zo gij Zijn stem dan heden hoort,
Gelooft Zijn heil- en troostrijk woord;
Verhardt u niet, maar laat u leiden.
Hartelijke groet,
Ds. E. Gouda
Dit artikel is beantwoord door
Ds. E. Gouda
- Geboortedatum:25-12-1968
- Kerkelijke gezindte:PKN (Hervormd)
- Woon/standplaats:Nieuw-Lekkerland
- Status:Actief


