Mens niet centraal in prediking
Ds. K. den Boer | Geen reacties | 06-01-2026| 09:39
Vraag
In veel reformatorische kerken lijkt de mens centraal te staan in de prediking, zijn ellende, zijn strijd, zijn onmacht. Christus krijgt vaak pas aan het einde of in het laatste kwartier aandacht. Maar is dat niet onbijbels, als we horen wat de Vader Zelf sprak: “Deze is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb; hoort Hem!” Zou de prediking niet juist dáár moeten beginnen bij Hém, zoals de Vader het Zelf opdraagt?
Antwoord
Beste vraagsteller,
Bedankt voor je vraag. Sowieso is het niet Bijbels naar mijn mening om de mens centraal te stellen in de prediking.
Mooi voorbeeld van een preek vind ik die van Paulus in Handelingen 17 vanaf vers 15 tot en met het slot. Maar ook de preek van Petrus op het tempelplein in Handelingen 2. Beide spreken groot van de Heere en Zijn daden. Ook roepen ze op tot bekering en het belijden van de zonden omdat we gezondigd hebben tegen een heilig en almachtig Opperwezen, God.
Kijk, wat ik allemaal voel en meemaak is negen van de tien keer niet belangrijk om te delen met de luisteraar. Dat is hoe de Heere met mij Zijn weg gaat. Soms vertel ik wel eens wat hoe dat dan in de praktijk gaat als voorbeeld met name voor de jongeren. Maar daar zit meteen een gevaar in, namelijk dat mijn ervaring dan een norm gaat worden, van zo moet het dus ook bij jou.
Dus een preek moet zijn tot verheerlijking van de Drie-enige God. Zijn Naam moet eeuwig eer ontvangen zegt de psalmdichter. Dan valt de mens er helemaal tussen uit. Laten we de gesprekken over de mens maar in een pastoraal gesprek (nuttig!) doen, één op één en verder overal het evangelie zaaien. Want dat is onze roeping: “Want indien ik het Evangelie verkondige, het is mij geen roem; want de nood is mij opgelegd. En wee mij, indien ik het Evangelie niet verkondig!” (1 Korinthe 9)
Die zeer blijde boodschap, dat Jezus Christus gekomen is om zondaren zalig te maken. Maar ook de andere kant: “Want God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld, opdat Hij de wereld veroordelen zou, maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden. Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in den Naam des eniggeboren Zoons van God” (Johannes 3)
Er zijn al heel wat boeken geschreven over de juiste verhouding, wet en evangelie, etcetera. Ik zie dan altijd de kinderen voor me. En dan bedenk ik: wat zou nou de Heere Jezus gezegd hebben? Een gelijkenis waarschijnlijk, van de verloren zoon uit Lukas 15. Zodat de kleine kinderen het begrijpen en geloven.
Dus moeten we als volwassenen worden als een kind. Een kind, zittend bij de kribbe. Zittend bij de Heere Jezus in de tempel als Hij de Schriftgeleerden onderwijs geeft.
Van harte Gods zegen toegewenst bij het luisteren naar de blijde boodschap!
Ds. K. den Boer





